Nieuwe meetmethode MN 106 : Visuele inspectie van schadebeelden bij slemlagen

©OCW-CRR

Recentelijk heeft OCW een nieuwe alternatieve meetmethode MN 106 voor de visuele beoordeling van wegen na een behandeling met slem uitgewerkt. Deze meetmethode werd op vraag en met de steun van de sector speciaal ontwikkeld voor het ontegensprekelijk beoordelen van de schadebeelden van een slemuitvoering bij oplevering. De methode werd ontwikkeld binnen het kader van OCW-onderzoek rond slemwerven waarbij sinds 2016 meerdere slemwerven door OCW werden opgevolgd in de tijd en jaarlijks visueel geïnspecteerd zijn geworden. 

Deze nieuwe OCW-methode MN 106 is een verbetering ten opzichte van de Europese norm NBN EN 12274-8: Emulsie-asfaltbeton - Beproevingsmethoden - Deel 8: Visuele beoordeling van gebreken (Bureau voor Normalisatie [NBN], 2005) die wordt ingezet bij de typetesting in het kader van het bekomen van een CE-certificaat volgens de geharmoniseerde productnorm EN 12273. Het onderzoek van OCW heeft aangetoond dat in het kader van een oplevering van een bouwplaatszone met een slemlaag deze kwalitatieve methode volgens NBN-EN-12274-8 (NBN, 2005) zeer complex is en aanleiding geeft tot resultaten met een grote spreiding, zelfs tussen verschillende, goed opgeleide, operatoren. 

De verbeteringen ten opzichte van de inspectiemethode volgens NBN EN 12274-8 (NBN, 2005) situeren zich op het vlak van: 

  • een verduidelijking van de definities van de schadebeelden; 
  • een aparte beoordeling van iedere soort van schade; 
  • de opdeling van het te inspecteren vak in beheersbare deelvakken, om de beschadigde oppervlakte gemakkelijker te kunnen begroten. 
  • de toekenning van een graad van ernst voor de meest voorkomende schadebeelden (rafeling, zweten en scholvorming); 

In deze methode wordt de lezer meegenomen doorheen de volledige uit te voeren procedure van de visuele beoordeling. Via eenduidige en verbeterde definities en afbeeldingen worden de verschillende, vaak en minder vaak voorkomende, schadebeelden verduidelijkt zodat deze individueel kunnen worden beoordeeld. Aan de meest voorkomende schadebeelden wordt eveneens een ernstgraad toegekend aangezien er een evolutie in de tijd kan plaatsvinden. Vervolgens wordt de eigenlijke aanpak van de inspectie behandeld. De methode beschrijft hoe het te inspecteren vak te selecteren en hoe dit in te delen in beheersbare deelvakken om de beschadigde oppervlakte gemakkelijker te kunnen begroten. In een laatste deel beschrijft de methode hoe er, op basis van de resultaten van de uitgevoerde visuele inspectie, per schadebeeld twee beoordelingsparameters worden berekend, die aangeven hoeveel van het slemoppervlak aangetast is door een bepaald schadebeeld en in welke globale ernstgraad het zich dan bevindt. 

Als resultaat krijgt men een goed zicht, uitgedrukt in cijfers, op de schadetoestand van het geselecteerde te inspecteren vak van 100m in het uitgevoerde slemwerk en dit op het moment van de visuele inspectie. 

Gezien voor de meest voorkomende schadebeelden (zijnde rafeling, zweten en scholvorming) een gewogen globale ernstgraad berekend wordt op het tijdstip van de visuele inspectie, kan men de evolutie van deze schadebeelden ook opvolgen in de tijd. Hierdoor is het mogelijk om in de typebestekken verschillende eisen te stellen aan die evoluerende schadebeelden ifv de verschillende opgelegde minimale garantieperioden opgegeven in de drie typebestekken van de drie gewesten (bv 1 of 3 jaar) waarbij de aangepaste opleveringseisen deze volgens de NBN EN 12274-8 methode in de verschillende typebestekken kunnen vervangen. 

MN 106 | Visuele  inspectie van schadebeelden bij slemlagen

Bestel deze handleiding. Ze is gratis voor leden.