Overslaan en naar de inhoud gaan

Verkeer en toegankelijkheid voor de hulpdiensten in de Brusselse openbare ruimte: nieuwe handleiding met goede praktijken en aanbevelingen bij wegenwerken

De wegeninfrastructuur speelt een zeer belangrijke rol op het vlak van veiligheid en volksgezondheid. Het is immers via deze infrastructuur dat de hulpverleningsvoertuigen (ladderwagens, brandweerwagens, ambulances, enz.) de verschillende interventiezones kunnen bereiken. Om snel en doeltreffend te kunnen ingrijpen, is het echter noodzakelijk dat deze infrastructuur rekening houdend met de grootte en de specifieke kenmerken van deze voertuigen wordt gedimensioneerd.

Waarom een nieuwe handleiding?

Tot 2018 was de aanleg van openbare wegen in het Brussels Hoofdstedelijke Gewest vrijgesteld van het voorafgaande advies van de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp
(DBDMH). Dat leidde tot terugkerende problemen op het vlak van toegankelijkheid/mobiliteit die door de DBDMH werden vastgesteld, waarbij deze dan een verzoek tot aanpassing moest indienen bij de betrokken gewestelijke of gemeentelijke overheden. Om deze problemen te vermijden en ervoor te zorgen dat alle nieuwe wegeninfrastructuur toegankelijk en berijdbaar is voor hulpverleningsvoertuigen, is op 1 januari 2019 een nieuw besluit van de regering van het Brussels Hoofdstedelijke Gewest in werking getreden. Dit besluit van 18 oktober 2018 verplicht tot het inwinnen van een voorafgaand advies bij de DBDMH voor de aanleg van wegen onder bepaalde voorwaarden.

Om overeenstemming te bereiken over de goede praktijken die moeten worden nageleefd, heeft Brussel Mobiliteit het Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw gevraagd om in nauwe samenwerking met alle betrokken actoren een handleiding op te stellen over de inrichting van de weg voor het verkeer en de toegankelijkheid van hulpverleningsvoertuigen. Deze handleiding heeft betrekking op zowel de gewestelijke als gemeentelijke wegen en richt zich tot alle wegbeheerders en ontwerpers van wegenbouwprojecten die betrokken zijn bij de (her)ontwikkeling van wegeninfrastructuur in het Brussels Hoofdstedelijke Gewest. Deze handleiding zal komende zomer van de website van Brussel Mobiliteit en van de OCW-website kunnen worden gedownload.

secours

Van de vele thema’s die in deze handleiding aan bod komen (rijbaanbreedte, draaistraal, afstand weg-gevel, plaatsing van het straatmeubilair, enz.), is de toegankelijkheid tijdens de periode van wegenwerken in detail geanalyseerd. Afhankelijk van het grondbeslag in de openbare ruimte kunnen bouwplaatsen immers soms het verkeer van de hulpdiensten belemmeren. In bepaalde gevallen moet ook de bouwplaats zelf toegankelijk blijven voor deze voertuigen in geval van interventie bij een gebouw dat zich in de zone van de bouwplaats bevindt. De regels en goede praktijken in deze handleiding hebben rechtstreeks betrekking op de bouwsector. Het leek ons dan ook belangrijk om van deze driemaandelijkse publicatie gebruik te maken om het nieuws onder onze leden te verspreiden. Zelfs indien de regels en goede praktijken zich richten op het Brussels Hoofdstedelijke Gewest, kunnen ze ook gevolgen hebben in de andere Gewesten.

Wat zijn de regels die rond bouwplaatsen moeten worden nageleefd?

In de buurt van bouwplaatsen moeten drie regels in acht worden genomen.

  • Te allen tijde een volledig obstakelvrije ruimte voorzien tussen de bouwplaats en het tegenoverliggende trottoir. De breedte van deze zone hangt af van de omvang van de bouwplaats (wettelijke basis: besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 april 2019 tot uitvoering van de ordonnantie van 3 mei 2018 betreffende de bouwplaatsen op de openbare weg (artikel 35)).
  • Voortdurend een draaizone vrij van obstakels met een binnenstraal van 11 m en een buitenstraal van 15 m voorzien wanneer het terrein van de bouwplaats zich op of in de buurt van een plaats bevindt waar hulpverleningsvoertuigen kunnen manoeuvreren.
  • De grens van de verkeerszone mag zich niet verder dan 10 m van het gevelplan bevinden.

Indien niet aan een van deze drie regels kan worden voldaan, vraagt de bouwplaatsverantwoordelijke het advies van de DBDMH en voegt hij dit bij zijn aanvraag tot uitvoeringsvergunning, of bij zijn bericht van opstarting van de bouwplaats indien de bouwplaats niet aan een vergunning is onderworpen.

Wat zijn de te respecteren goede praktijken in de zone van de bouwplaats?

Als het mogelijk is dat hulpverleningsvoertuigen door de zone van de bouwplaats moeten rijden om bijvoorbeeld toegang te krijgen tot gebouwen, moet de bouwplaatsverantwoordelijke letten
op de volgende goede praktijken:

  • toeritten tot de bouwplaats met een helling van maximaal 20 % om zo rekening te houden met de oprij-, overschrijdings- en afrijhoeken van 12° voor de ladderwagen;
  • de veiligheidshekken bij de ingang van de bouwplaats niet aan elkaar vastmaken;
  • een vrije doorgang van minstens 3,5 m over de gehele bouwplaats voorzien en bijzondere aandacht besteden aan de zones voor de opslag van materieel en werktuigen;
  • de niveauverschillen van de riooldeksels op de plaats van de vrije doorgang beperken zodat ze door de hulpverleningsvoertuigen kunnen worden overgestoken;
  • zorgen voor voldoende draagvermogen van de verharding om, in het bijzonder bij regen, te voorkomen dat hulpverleningsvoertuigen vast komen te zitten. Er kunnen bijvoorbeeld grote platen worden aangebracht in de bereden zone als een dergelijk risico bestaat (bijvoorbeeld losse grond).

Deze goede praktijken hebben geen regelgevende waarde (in tegenstelling tot de goede praktijken die van toepassing zijn in de buurt van bouwplaatsen), maar het is sterk aanbevolen dat de bouwplaatsverantwoordelijke ze respecteert om zo alle problemen bij een eventuele interventie van de hulpdiensten te vermijden.

OCW deelt zijn expertise met wegenaannemers en wegbeheerders

OCW werkt regelmatig samen met de regionale overheden om samen een bruikbare en comfortabele openbare ruimte te creëren voor alle gebruikers. Daarvoor steunen we op verworven kennis uit onderzoek en bijstand aan wegenactoren op het terrein.

Ook jij kan gebruikmaken van onze expertise.

De wegeninfrastructuur speelt een zeer belangrijke rol op het vlak van veiligheid en volksgezondheid. Het is immers via deze infrastructuur dat de hulpverleningsvoertuigen (ladderwagens, brandweerwagens, ambulances, enz.) de verschillende interventiezones kunnen bereiken. Om snel en doeltreffend te kunnen ingrijpen, is het echter noodzakelijk dat deze infrastructuur rekening houdend met de grootte en de specifieke kenmerken van deze voertuigen wordt gedimensioneerd.

Waarom een nieuwe handleiding?

Tot 2018 was de aanleg van openbare wegen in het Brussels Hoofdstedelijke Gewest vrijgesteld van het voorafgaande advies van de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp
(DBDMH). Dat leidde tot terugkerende problemen op het vlak van toegankelijkheid/mobiliteit die door de DBDMH werden vastgesteld, waarbij deze dan een verzoek tot aanpassing moest indienen bij de betrokken gewestelijke of gemeentelijke overheden. Om deze problemen te vermijden en ervoor te zorgen dat alle nieuwe wegeninfrastructuur toegankelijk en berijdbaar is voor hulpverleningsvoertuigen, is op 1 januari 2019 een nieuw besluit van de regering van het Brussels Hoofdstedelijke Gewest in werking getreden. Dit besluit van 18 oktober 2018 verplicht tot het inwinnen van een voorafgaand advies bij de DBDMH voor de aanleg van wegen onder bepaalde voorwaarden.

Om overeenstemming te bereiken over de goede praktijken die moeten worden nageleefd, heeft Brussel Mobiliteit het Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw gevraagd om in nauwe samenwerking met alle betrokken actoren een handleiding op te stellen over de inrichting van de weg voor het verkeer en de toegankelijkheid van hulpverleningsvoertuigen. Deze handleiding heeft betrekking op zowel de gewestelijke als gemeentelijke wegen en richt zich tot alle wegbeheerders en ontwerpers van wegenbouwprojecten die betrokken zijn bij de (her)ontwikkeling van wegeninfrastructuur in het Brussels Hoofdstedelijke Gewest. Deze handleiding zal komende zomer van de website van Brussel Mobiliteit en van de OCW-website kunnen worden gedownload.

secours

Van de vele thema’s die in deze handleiding aan bod komen (rijbaanbreedte, draaistraal, afstand weg-gevel, plaatsing van het straatmeubilair, enz.), is de toegankelijkheid tijdens de periode van wegenwerken in detail geanalyseerd. Afhankelijk van het grondbeslag in de openbare ruimte kunnen bouwplaatsen immers soms het verkeer van de hulpdiensten belemmeren. In bepaalde gevallen moet ook de bouwplaats zelf toegankelijk blijven voor deze voertuigen in geval van interventie bij een gebouw dat zich in de zone van de bouwplaats bevindt. De regels en goede praktijken in deze handleiding hebben rechtstreeks betrekking op de bouwsector. Het leek ons dan ook belangrijk om van deze driemaandelijkse publicatie gebruik te maken om het nieuws onder onze leden te verspreiden. Zelfs indien de regels en goede praktijken zich richten op het Brussels Hoofdstedelijke Gewest, kunnen ze ook gevolgen hebben in de andere Gewesten.

Wat zijn de regels die rond bouwplaatsen moeten worden nageleefd?

In de buurt van bouwplaatsen moeten drie regels in acht worden genomen.

  • Te allen tijde een volledig obstakelvrije ruimte voorzien tussen de bouwplaats en het tegenoverliggende trottoir. De breedte van deze zone hangt af van de omvang van de bouwplaats (wettelijke basis: besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 april 2019 tot uitvoering van de ordonnantie van 3 mei 2018 betreffende de bouwplaatsen op de openbare weg (artikel 35)).
  • Voortdurend een draaizone vrij van obstakels met een binnenstraal van 11 m en een buitenstraal van 15 m voorzien wanneer het terrein van de bouwplaats zich op of in de buurt van een plaats bevindt waar hulpverleningsvoertuigen kunnen manoeuvreren.
  • De grens van de verkeerszone mag zich niet verder dan 10 m van het gevelplan bevinden.

Indien niet aan een van deze drie regels kan worden voldaan, vraagt de bouwplaatsverantwoordelijke het advies van de DBDMH en voegt hij dit bij zijn aanvraag tot uitvoeringsvergunning, of bij zijn bericht van opstarting van de bouwplaats indien de bouwplaats niet aan een vergunning is onderworpen.

Wat zijn de te respecteren goede praktijken in de zone van de bouwplaats?

Als het mogelijk is dat hulpverleningsvoertuigen door de zone van de bouwplaats moeten rijden om bijvoorbeeld toegang te krijgen tot gebouwen, moet de bouwplaatsverantwoordelijke letten
op de volgende goede praktijken:

  • toeritten tot de bouwplaats met een helling van maximaal 20 % om zo rekening te houden met de oprij-, overschrijdings- en afrijhoeken van 12° voor de ladderwagen;
  • de veiligheidshekken bij de ingang van de bouwplaats niet aan elkaar vastmaken;
  • een vrije doorgang van minstens 3,5 m over de gehele bouwplaats voorzien en bijzondere aandacht besteden aan de zones voor de opslag van materieel en werktuigen;
  • de niveauverschillen van de riooldeksels op de plaats van de vrije doorgang beperken zodat ze door de hulpverleningsvoertuigen kunnen worden overgestoken;
  • zorgen voor voldoende draagvermogen van de verharding om, in het bijzonder bij regen, te voorkomen dat hulpverleningsvoertuigen vast komen te zitten. Er kunnen bijvoorbeeld grote platen worden aangebracht in de bereden zone als een dergelijk risico bestaat (bijvoorbeeld losse grond).

Deze goede praktijken hebben geen regelgevende waarde (in tegenstelling tot de goede praktijken die van toepassing zijn in de buurt van bouwplaatsen), maar het is sterk aanbevolen dat de bouwplaatsverantwoordelijke ze respecteert om zo alle problemen bij een eventuele interventie van de hulpdiensten te vermijden.

OCW deelt zijn expertise met wegenaannemers en wegbeheerders

OCW werkt regelmatig samen met de regionale overheden om samen een bruikbare en comfortabele openbare ruimte te creëren voor alle gebruikers. Daarvoor steunen we op verworven kennis uit onderzoek en bijstand aan wegenactoren op het terrein.

Ook jij kan gebruikmaken van onze expertise.