Overslaan en naar de inhoud gaan

OCW-instrument voor de evaluatie van een weginfrastructuurproject

Weginfrastructuurproject

Het OCW kreeg van de Directie Strategie van Brussel Mobiliteit de volgende opdracht:

  • een uniforme procesmethodiek bedenken voor de evaluatie van projecten voor de inrichting van weginfrastructuur;
  • de toepassing van de methodiek in de testen voor en na werkzaamheden;
  • de methodiek aanpassen op basis van de resultaten van de praktijktest.

Weinig projecten voor de inrichting van weginfrastructuur in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest worden immers op het einde van de uitvoering geëvalueerd.

Projectverloop

De ontwikkelde methodiek verloopt identiek voor alle projecten in het Gewest, waarbij elk project systematisch wordt geëvalueerd op een aantal vooraf bepaalde doelstellingen. Deze zijn gestructureerd per vervoerwijze en geïnspireerd op het IRIS II-plan. De zes uniforme doelstellingen zijn:

  • stappen aanmoedigen;
  • fietsen aanmoedigen;
  • het openbaar vervoer aantrekkelijker maken en vlotter laten doorstromen;
  • de nadelige effecten van autoverkeer terugdringen;
  • rekening houden met parkeren bij de inrichting van infrastructuur;
  • rekening houden met zwaar vrachtverkeer en met de levering van goederen.

 

Evaluatie van een weginfrastructuurproject

Om deze zes doelstellingen grondiger te kunnen evalueren, worden ze opgedeeld in deeldoelstellingen. Deze deeldoelstellingen houden rechtstreeks verband met de doelstelling waarop ze betrekking hebben. In totaal werden er veertien deeldoelstellingen bepaald die worden beoordeeld op basis van een zestigtal indicatoren. De meeste indicatoren worden kwantitatief beoordeeld op basis van precieze normen en criteria die voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van toepassing zijn. Op het einde van de evaluatie worden de verkregen resultaten voor de zes doelstellingen voor en na de werkzaamheden vergeleken, om tot een totaalbeoordeling van het volledig geëvalueerde project te komen.

Voor de toepassing van de methodiek in de praktijk heeft het OCW de herinrichting van de Waterloosesteenweg in Brussel (weggedeelte Churchill-Bascule) voor de werkzaamheden geëvalueerd.

Na de werkzaamheden werd dezelfde oefening gemaakt. Door de resultaten van beide evaluaties met elkaar te vergelijken, kon worden nagegaan of de doelstellingen van de inrichting werden behaald. De methodiek biedt zeker toekomstperspectieven als handig en snel hulpmiddel voor de evaluatie van toekomstige weginfrastructuurprojecten, maar is een prototype. Het OCW is bereid om in samenwerking met opdrachtgevers dit instrument verder te ontwikkelen en in de praktijk toe te passen voor de evaluatie van geplande herinrichtingsprojecten.

Weginfrastructuurproject

Het OCW kreeg van de Directie Strategie van Brussel Mobiliteit de volgende opdracht:

  • een uniforme procesmethodiek bedenken voor de evaluatie van projecten voor de inrichting van weginfrastructuur;
  • de toepassing van de methodiek in de testen voor en na werkzaamheden;
  • de methodiek aanpassen op basis van de resultaten van de praktijktest.

Weinig projecten voor de inrichting van weginfrastructuur in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest worden immers op het einde van de uitvoering geëvalueerd.

Projectverloop

De ontwikkelde methodiek verloopt identiek voor alle projecten in het Gewest, waarbij elk project systematisch wordt geëvalueerd op een aantal vooraf bepaalde doelstellingen. Deze zijn gestructureerd per vervoerwijze en geïnspireerd op het IRIS II-plan. De zes uniforme doelstellingen zijn:

  • stappen aanmoedigen;
  • fietsen aanmoedigen;
  • het openbaar vervoer aantrekkelijker maken en vlotter laten doorstromen;
  • de nadelige effecten van autoverkeer terugdringen;
  • rekening houden met parkeren bij de inrichting van infrastructuur;
  • rekening houden met zwaar vrachtverkeer en met de levering van goederen.

 

Evaluatie van een weginfrastructuurproject

Om deze zes doelstellingen grondiger te kunnen evalueren, worden ze opgedeeld in deeldoelstellingen. Deze deeldoelstellingen houden rechtstreeks verband met de doelstelling waarop ze betrekking hebben. In totaal werden er veertien deeldoelstellingen bepaald die worden beoordeeld op basis van een zestigtal indicatoren. De meeste indicatoren worden kwantitatief beoordeeld op basis van precieze normen en criteria die voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van toepassing zijn. Op het einde van de evaluatie worden de verkregen resultaten voor de zes doelstellingen voor en na de werkzaamheden vergeleken, om tot een totaalbeoordeling van het volledig geëvalueerde project te komen.

Voor de toepassing van de methodiek in de praktijk heeft het OCW de herinrichting van de Waterloosesteenweg in Brussel (weggedeelte Churchill-Bascule) voor de werkzaamheden geëvalueerd.

Na de werkzaamheden werd dezelfde oefening gemaakt. Door de resultaten van beide evaluaties met elkaar te vergelijken, kon worden nagegaan of de doelstellingen van de inrichting werden behaald. De methodiek biedt zeker toekomstperspectieven als handig en snel hulpmiddel voor de evaluatie van toekomstige weginfrastructuurprojecten, maar is een prototype. Het OCW is bereid om in samenwerking met opdrachtgevers dit instrument verder te ontwikkelen en in de praktijk toe te passen voor de evaluatie van geplande herinrichtingsprojecten.