Overslaan en naar de inhoud gaan

OCW werkt mee aan onderzoek naar vlakheid betonnen fietspaden

Een belangrijke vereiste voor een goed en functioneel fietspad is dat dit het nodige rijcomfort en voldoende veiligheid voor de fietser biedt. Rijcomfort en vlakheid van fietspaden hangen daarbij nauw samen. Daarnaast kunnen echter ook andere parameters een rol spelen bij de keuze van het type verharding en/of het ontwerp van een fietspad in zijn geheel, zoals voldoende breedte, continuïteit, inpassing in de publieke ruimte en in het ruimere mobiliteitsplan, beperkt onderhoud, lange levensduur, enz.

vlakheid betonnen fietspaden

Het Vlaamse standaardbestek SB 250 bevat vanaf versie 3.1 een eis voor de langsvlakheid van nieuwe fietspaden, uitgedrukt in vlakheidscoëfficiënten met basis 2,5 m en 0,5 m, op te meten met de fietspadprofilometer. Ook in de andere Gewesten wordt meer en meer aandacht besteed aan de fietsinfrastructuur. Het blijkt echter niet vanzelfsprekend om aan de gestelde eisen voor de langsvlakheid te voldoen, in het bijzonder voor fietspaden van ter plaatse gestort beton.

Daarom is FEBELCEM in samenwerking met het OCW en adviesbureau AB-Roads en met steun van de Vlaamse Wegenbouwers VlaWeBo een onderzoek gestart naar de oorzaken van onvlakheid bij fietspaden met een betonplatenverharding en de mogelijkheden om de vlakheid te verbeteren.

Wat is vlakheid voor fietspaden?

Langsvlakheid is een belangrijke factor voor het comfort en de veiligheid van fietsers. Ze kan worden bepaald met een zogenoemde fietspadprofilometer, waarbij het lengteprofiel van het verhardingsoppervlak wordt gemeten. Een scooter met aanhangwagen rijdt met een constante snelheid van maximaal 30 km/h over het te onderzoeken fietspad. Met de ingebouwde laser en accelerometer wordt om de 30 mm de afstand van de aanhangwagen tot het wegoppervlak geregistreerd. Met een gps-antenne en een hodometer worden ook de gps-coördinaten en de afgelegde weg geregistreerd. Uit de verwerkte gegevens van de accelerometer kunnen verticale vervormingen (bulten en putten) van het wegprofiel als gevolg van oneffenheden in het wegoppervlak worden bepaald. De waarden worden uitgedrukt in mm. Oneigenlijke verticale bewegingen van de aanhangwagen (als gevolg van bewegingen van het geheel scooter-aanhangwagen, dynamische samendrukking van de banden, enz.) worden door de laser gecorrigeerd, zodat ze de meetresultaten niet verstoren. Uit de verkregen waarden kan het wegprofiel worden bepaald. Door een vastgesteld glijdend gemiddelde met een bepaalde golflengteop dat profiel toe te passen en de oppervlakte tussen de twee krommen te bepalen, wordt de waarde van de in België gebruikelijke vlakheidsindicator VC (vlakheidscoëfficiënt) verkregen. De berekeningswijze is dezelfde als voor APL-metingen.

En wat als het misloopt...

De eerste ervaringen tonen aan dat met visuele inspectie de oorzaak van de grootste onvlakheden kan worden achterhaald. Een mogelijke manier om de vlakheid te herstellen, is afslijpen (grinding) met diamantschijven om de bulten lokaal weg te werken. Indien ook de putten worden weggewerkt, en dus iets dieper wordt afgeslepen, zal een egaler uitzicht worden verkregen.

Conclusies

Het onderzoek toont aan dat de vlakheidseisen voor betonnen fietspaden kunnen worden gehaald, als aan een aantal randvoorwaarden is voldaan: extra aandacht voor details, een degelijk ontwerp, bij voorkeur zonder inspectieputten in het fietspad, zonder te scherpe hoekverdraaiingen en met voldoende ruimte voor machinale uitvoering met de glijbekistingsmachine.

Mede op basis van dit onderzoek zijn bij de herziening van het SB 250 aanpassingen gebeurd. In versie 4.1 zijn soepeler eisen voor manuele verwerking vastgelegd. Deze aanpassing wijst op het belang van machinale uitvoering, in het bijzonder om deze in het ontwerp op te nemen. Ze maakt het mogelijk handmatige uitvoering te controleren en in voorkomend geval eisen voor vlakheid op te leggen. We hopen dat de herziening van SB 250 en de bovenstaande aanbevelingen voor ontwerp, uitvoering en controle zullen bijdragen tot comfortabele, onderhoudsvriendelijke en duurzame fietspaden.

In OCW Mededelingen 119 is een uitgebreid artikel over het onderwerp verschenen.

Een belangrijke vereiste voor een goed en functioneel fietspad is dat dit het nodige rijcomfort en voldoende veiligheid voor de fietser biedt. Rijcomfort en vlakheid van fietspaden hangen daarbij nauw samen. Daarnaast kunnen echter ook andere parameters een rol spelen bij de keuze van het type verharding en/of het ontwerp van een fietspad in zijn geheel, zoals voldoende breedte, continuïteit, inpassing in de publieke ruimte en in het ruimere mobiliteitsplan, beperkt onderhoud, lange levensduur, enz.

vlakheid betonnen fietspaden

Het Vlaamse standaardbestek SB 250 bevat vanaf versie 3.1 een eis voor de langsvlakheid van nieuwe fietspaden, uitgedrukt in vlakheidscoëfficiënten met basis 2,5 m en 0,5 m, op te meten met de fietspadprofilometer. Ook in de andere Gewesten wordt meer en meer aandacht besteed aan de fietsinfrastructuur. Het blijkt echter niet vanzelfsprekend om aan de gestelde eisen voor de langsvlakheid te voldoen, in het bijzonder voor fietspaden van ter plaatse gestort beton.

Daarom is FEBELCEM in samenwerking met het OCW en adviesbureau AB-Roads en met steun van de Vlaamse Wegenbouwers VlaWeBo een onderzoek gestart naar de oorzaken van onvlakheid bij fietspaden met een betonplatenverharding en de mogelijkheden om de vlakheid te verbeteren.

Wat is vlakheid voor fietspaden?

Langsvlakheid is een belangrijke factor voor het comfort en de veiligheid van fietsers. Ze kan worden bepaald met een zogenoemde fietspadprofilometer, waarbij het lengteprofiel van het verhardingsoppervlak wordt gemeten. Een scooter met aanhangwagen rijdt met een constante snelheid van maximaal 30 km/h over het te onderzoeken fietspad. Met de ingebouwde laser en accelerometer wordt om de 30 mm de afstand van de aanhangwagen tot het wegoppervlak geregistreerd. Met een gps-antenne en een hodometer worden ook de gps-coördinaten en de afgelegde weg geregistreerd. Uit de verwerkte gegevens van de accelerometer kunnen verticale vervormingen (bulten en putten) van het wegprofiel als gevolg van oneffenheden in het wegoppervlak worden bepaald. De waarden worden uitgedrukt in mm. Oneigenlijke verticale bewegingen van de aanhangwagen (als gevolg van bewegingen van het geheel scooter-aanhangwagen, dynamische samendrukking van de banden, enz.) worden door de laser gecorrigeerd, zodat ze de meetresultaten niet verstoren. Uit de verkregen waarden kan het wegprofiel worden bepaald. Door een vastgesteld glijdend gemiddelde met een bepaalde golflengteop dat profiel toe te passen en de oppervlakte tussen de twee krommen te bepalen, wordt de waarde van de in België gebruikelijke vlakheidsindicator VC (vlakheidscoëfficiënt) verkregen. De berekeningswijze is dezelfde als voor APL-metingen.

En wat als het misloopt...

De eerste ervaringen tonen aan dat met visuele inspectie de oorzaak van de grootste onvlakheden kan worden achterhaald. Een mogelijke manier om de vlakheid te herstellen, is afslijpen (grinding) met diamantschijven om de bulten lokaal weg te werken. Indien ook de putten worden weggewerkt, en dus iets dieper wordt afgeslepen, zal een egaler uitzicht worden verkregen.

Conclusies

Het onderzoek toont aan dat de vlakheidseisen voor betonnen fietspaden kunnen worden gehaald, als aan een aantal randvoorwaarden is voldaan: extra aandacht voor details, een degelijk ontwerp, bij voorkeur zonder inspectieputten in het fietspad, zonder te scherpe hoekverdraaiingen en met voldoende ruimte voor machinale uitvoering met de glijbekistingsmachine.

Mede op basis van dit onderzoek zijn bij de herziening van het SB 250 aanpassingen gebeurd. In versie 4.1 zijn soepeler eisen voor manuele verwerking vastgelegd. Deze aanpassing wijst op het belang van machinale uitvoering, in het bijzonder om deze in het ontwerp op te nemen. Ze maakt het mogelijk handmatige uitvoering te controleren en in voorkomend geval eisen voor vlakheid op te leggen. We hopen dat de herziening van SB 250 en de bovenstaande aanbevelingen voor ontwerp, uitvoering en controle zullen bijdragen tot comfortabele, onderhoudsvriendelijke en duurzame fietspaden.

In OCW Mededelingen 119 is een uitgebreid artikel over het onderwerp verschenen.